woensdag 5 april 2017

De APA-richtlijnen uitgelegd

Op 15 mei verschijnt De APA-richtlijnen uitgelegd: Een praktische handleiding voor bronvermelding in het hoger onderwijs, samengesteld door de Werkgroep APA, bestaande uit negen informatiespecialisten van zeven hogescholen, in samenwerking met SURF en met toestemming van de American Psychological Association.
Deze handleiding verschijnt als gratis download en in een ringband (handig om tijdens het schrijven van een tekst bij de hand te houden), te koop voor € 3,95 via Studystore (Nederland) en Studieshop (België).

De tekst is gebaseerd op de officiële Publication Manual of the American Psychological Association, de webpagina's van de Studiecentra HAN die door veel onderwijsinstellingen in Nederland en België gebruikt worden en dit weblog.
  
Enkele richtlijnen zullen gewijzigd worden met als doel de richtlijnen zowel logischer als makkelijker toepasbaar te maken. Deze richtlijnen gelden met ingang van het nieuwe schooljaar 2017-2018.
Om geen verwarring te veroorzaken met de huidige richtlijnen die veel studenten nu in hun (afstudeer-)werkstukken toepassen zullen deze op 15 mei bekend gemaakt worden, onder meer via dit weblog.
Zie ook de flyer De APA-richtlijnen uitgelegd.

Gegevens
• Download: gratis, via www.auteursrechten.nl
• Prijs ringband: € 3,95
• ISBN 978-90-72482-18-1 (ringband)
• ISBN 978-90-72482-19-8 (e-boek)
• Omvang: 75 pagina’s
• Releasedatum: 15 mei 2017
    

De Werkgroep APA bestaat uit Arjan Doolaar, voorzitter (Hogeschool van Arnhem en Nijmegen), Jurgen Mollema, co-voorzitter (Hogeschool Utrecht), Annelies Kuijten (Avans Hogeschool), Elleke Schouwenaar (NHL Hogeschool), Roelie Tijmstra (Hogeschool Utrecht), Marij Tummers (Saxion Hogescholen), Rensje Wicherson (Hogeschool Windesheim), Ans Wijnroks (Zuyd Hogeschool) en Philip Willems (Zuyd Hogeschool).
  

maandag 13 maart 2017

Wijziging DOI-link

In het blogbericht Links: ja of nee? [2] – DOI van 22 oktober 2014 wordt uitleg gegeven over de DOI (Digital Object Identifier), een unieke code die aan online publicaties wordt toegekend waarmee het document altijd kan worden teruggevonden. De DOI vervangt de raadpleegdatum en de weblink. Wie de APA-richtlijnen gebruikt wordt aangeraden de DOI te vermelden.

De DOI kan op twee manieren worden weergegeven: door achter de bron doi (kleine letters) + code te plaatsen of er een weblink te maken door http://dx.doi.org/ voor de code te zetten:
Soenens, B. (2017). Zijn we van nature goed? Recente inzichten in de vroege altruïstische neigingen van baby’s. Kind en Adolescent, 38, 66-69. doi:10.1007/s12453-016-0134-3 
Soenens, B. (2017). Zijn we van nature goed? Recente inzichten in de vroege altruïstische neigingen van baby’s. Kind en Adolescent, 38, 66-69. http://dx.doi.org/10.1007/s12453-016-0134-3

APA Style Expert Timothy McAdoo meldt in het blogbericht DOI Display Guidelines Update (March 2017) dat met ingang van maart 2017 CrossRef, de organisatie die alle toegekende DOI’s archiveert, de link heeft aangepast. In plaats van http wordt https gebruikt (https verwijst naar een veilige uitwisseling van gegevens) en ‘dx’ komt te vervallen:
Soenens, B. (2017). Zijn we van nature goed? Recente inzichten in de vroege altruïstische neigingen van baby’s. Kind en Adolescent, 38, 66-69. https://doi.org/10.1007/s12453-016-0134-3

Deze wijziging wordt door APA overgenomen. In bovengenoemd blogbericht wordt benadrukt dat naar de DOI verwezen mag worden zoals in de drie genoemde voorbeelden. Aanbevolen wordt slechts één van deze drie verwijzingen te gebruiken, dus doi:, http://dx.doi.org/ of https://doi.org/.
   
Op de website van de HAN en op deze blog zal vanaf nu https://doi.org/ gebruikt worden.

dinsdag 7 februari 2017

Plaats bronvermelding in tekst

Een regelmatig terugkerende vraag aan het Auteursrecht Informatiepunt is: Waar moet volgens de APA-richtlijnen de bronvermelding in de tekst staan?
  
Hier is niet een eenduidig antwoord op te geven. De bronvermelding kan zowel aan het begin, in het midden als aan het einde van een regel of alinea staan. De schrijver van de tekst mag zelf bepalen waar de verwijzing komt te staan, als voor de lezer maar duidelijk welke gedeelte van de tekst gebaseerd is op een andere bron.

Omdat een citaat tussen dubbele aanhalingstekens staat kan er voor de lezer geen twijfel bestaan welk gedeelte van de tekst afkomstig is van een andere bron. De verwijzing kan zowel voor als achter het citaat staan.
Onderstaande voorbeelden zijn afkomstig uit het best verkochte boek in Nederland van 2015, Dit kan niet waar zijn van Joris Luyendijk. Er wordt naar dezelfde zin verwezen, in het eerste voorbeeld staat de bronvermelding aan het einde, in het tweede voorbeeld aan het begin van de zin:
  • “In de financiële sector in Londen werken tussen de 250.000 en 350.000 mensen” (Luyendijk, 2015, p. 18).
  • Volgens Luyendijk (2015, p. 18) werken in Londen “tussen de 250.000 en 350.000 mensen” in de financiële sector.

Bij een parafrase wordt een externe bron in eigen woorden weergegeven. Net als bij een citaat kan de bronvermelding aan het begin en een het einde staan, als het maar duidelijk is welke gedeelte van de tekst gebaseerd is op een andere bron. Deze voorbeelden zijn parafrasen van bovenstaande citaten:
  • Er zijn gemiddeld 300.000 mensen werkzaam in de Britse financiële wereld (Luyendijk, 2015).
  • Volgens Luyendijk (2015) zijn er gemiddeld 300.000 mensen werkzaam in de Britse financiële wereld.

Merk op dat bij een citaat uit een bron met paginanummers het verplicht is om het paginanummer te vermelden, bij een parafrase mag het ook maar is het niet verplicht.
 
Wanneer een gehele paragraaf, alinea of zelfs hoofdstuk gebaseerd is op dezelfde bron is het niet altijd nodig om dezelfde bron na iedere zijn te herhalen, het kan zelfs storend voor de lezer zijn. Zie ook het blogbericht Herhalen van dezelfde bronvermelding.
 
Algemeen kan gesteld worden dat een bronvermelding overal in de tekst mag staan, als het maar voor de lezer duidelijk is welk gedeelte van de tekst gebaseerd is op een andere bron.
 

vrijdag 13 januari 2017

Bijlage

Niet alle verzamelde informatie voor een verslag is geschikt om in de hoofdtekst op te nemen maar kan van toegevoegde waarde zijn in de vorm van een bijlage.

Hoe verwijs je naar informatie opgenomen in een bijlage? In de Publication manual of the American Psychological Association staat in § 2.13 “Appendices and Supplemental Materials” (pp. 38-40) regels en richtlijnen voor bijlagen.

Er zijn enkele basisregels:
  • Iedere bijlage begint met het woord Bijlage (geschreven met een hoofdletter) en heeft een titel.
  • Zijn er twee of meer bijlagen, dan worden deze genummerd met hoofdletters: Bijlage A, Bijlage B, etc.
  • Iedere bijlage begint op een nieuwe pagina.
  • Iedere bijlage wordt in de tekst genoemd, bijvoorbeeld:
    … (zie Bijlage A) …
    of
    … in Bijlage B is te zien dat …
  • Bijlagen komen na de hoofdtekst en de bronnenlijst.
  • De volgorde van de bijlagen is gelijk aan de volgorde waarin de bijlagen in de tekst genoemd worden.
  • Bijlagen krijgen geen aparte paginanummering.

Net als in de hoofdtekst is het mogelijk dat in een bijlage verwijzingen staan naar een andere bron. Deze wordt in dezelfde bronnenlijst genoemd als de bronnen waar in de hoofdtekst naar verwezen wordt. Voor een bijlage wordt dus geen aparte bronnenlijst gemaakt, ook al komt de bronnenlijst voor de
bijlage(n) te staan.
In de bijlage komt, net als in de hoofdtekst, een korte verwijzing te staan bestaande uit de auteur (of organisatie) en het jaartal.

Tabellen
Net als in de hoofdtekst kan een bijlage bestaan uit een tekst, al dan niet met kopjes, en tabellen (of figuren). Geef de tabel een nummer, in de tekst wordt hier naar verwezen door eerst door de letter van de bijlage en daarna het nummer van de tabel te noemen, ‘Tabel A2’ bijvoorbeeld is de tweede tabel in Bijlage A. Gebruik ook de letter A wanneer er maar één tabel is.
Als de gehele bijlage bestaat uit een tabel, geef de bijlage dan dezelfde naam als de tabel. Aangeraden wordt voor iedere tabel een aparte bijlage te maken.

Extra materiaal
Het is ook mogelijk om extra materiaal aan een tekst toe te voegen, bijvoorbeeld een cd-rom, dvd of usb-stick. Hier kan in de tekst naar verwezen worden, bijvoorbeeld (zie usb-stick). Wanneer op de dragger van het extra materiaal meerdere bestanden staan of een toelichting nodig is kan deze informatie als bijlage aan het document worden toegevoegd.
 
Tot slot: bedenk vooraf of een bijlage iets toevoegt aan de hoofdtekst. Eigen onderzoeksresultaten zijn uiteraard zeer geschikt, maar bij materiaal dat gratis online staat kan waarschijnlijk beter gekozen worden om er alleen naar te verwijzen in de tekst en de bronnenlijst.